Blog

Grip op schouderklachten – Dorian van Garderen

Grip op schouderklachten; hoe ons beweeglijkste gewricht een leven lang pijn kan veroorzaken en beeldvormend onderzoek vaak niet de oplossing biedt.

Dit artikel is geschreven door Dorian van Garderen, eigenaar van het Sport Medisch Centrum Flevoland, gespecialiseerd in dynamische schouderproblematiek en vaak ingezet als second opinion specialist bij complexe schouderklachten in Flevoland en omstreken. 

Er zijn in Nederland een hoop mensen die worstelen met langdurige schouderklachten. Schouderklachten zijn de op één na meest voorkomende klachten aan het houdings- en bewegingsapparaat. We spreken over de schouder alsof we te maken hebben met één gewricht, maar helaas steekt de schouderketen wat complexer in elkaar. 

In de schouderketen kunnen we per zijde tenminste drie aparte gewrichten benoemen. Onze kop en kom (art. Humeri), het gewricht tussen ons sleutelbeen en ons schouderdak (Art. Acromioclavicularis of AC-gewricht) en het gewricht tussen ons borstbeen en sleutelbeen (Art. Sternoclavicularis of SC-gewricht). Daarnaast beweegt het schouderblad over onze ribbenboog als een los zwevend ‘gewricht’ die zijn stabiliteit nagenoeg volledig moet halen uit spieren, banden en overig bindweefsel. De gewrichten vormen zo samen met vele spieren, pezen, kraakbeen, gewrichtskapsel, bandstructuren en ‘stootkussentjes’ (bursae of slijmbeurs) het schoudercomplex of schouderketen. Het geheel wordt aangestuurd door ons zenuwstelsel.

De mogelijkheden van onze schouder zijn groot met name door de enorme bewegingsmogelijkheden. Geen enkel ander gewricht is zo gevoelig voor instabiliteit, omdat het enorm afhankelijk is van een goede functie van onze spieren en er ‘ketenproblematiek’ op de loer ligt. Dit alles maakt de schouderketen een complex geheel.

Wanneer we als mens veel pijn hebben leggen we meestal de link met schade. In veel gevallen is er ook daadwerkelijk een trauma geweest dat ten grondslag ligt aan schade. Denk hierbij aan een heftige val of een spontaan moment waarop iets heel zwaars opgevangen moet worden. In de meeste gevallen hebben schouderklachten echter een andere ontstaanswijze. Het zijn klachten die geleidelijk ontstaan en in de tijd steeds erger en erger worden. Dit gaat in veel gevallen gepaard met klachten van de nek of de bovenrug. En dit is, als we logisch nadenken, ook niet zo verwonderlijk. Via ons AC- en SC-gewricht wordt onze schouderketen verbonden met onze wervelkolom. Daarbij komt dat veel spieren verantwoordelijk zijn voor de stabiliteit en bewegingen vanuit de schouder die direct verbonden zijn met onze wervelkolom of onze ribbenboog. Dit is één van de redenen waarom schouderklachten en klachten aan de wervelkolom vaak gezamenlijk aanwezig zijn. 

Veel patiënten die bij ons in de praktijk komen hebben het idee dat de heftige klachten die ze hebben niet volledig te verklaren zijn vanuit de spieren en de aansturing vanuit het zenuwstelsel. Ze denken dat er iets (blijvend) beschadigd is. De roep om een verwijzing naar de orthopeed en daarna beeldvormend onderzoek is dan ook groot. Regelmatig worden er lichte ‘afwijkingen’ gevonden, maar verklaart dit vaker niét dan wél de reden voor de pijnklachten en beperkingen. Ook worden regelmatig injecties toegediend om het gewricht of de slijmbeurs ‘rustig te krijgen’. Helaas in veel gevallen zonder (langdurig) effect. Injecties kunnen tevens zorgen voor een verminderde kwaliteit van gezond weefsel (een ontstekingsremmende injectie beïnvloed naast ‘ontstoken structuren’ ook gezonde structuren). 

Graag haal ik de slijmbeurs als voorbeeld aan. Dit kussentje vult zich met vocht wanneer er te veel interne wrijving ontstaat. Deze vulling kan weer tot interne druk leiden en ervoor zorgen dat er te weinig ruimte is om vrij te bewegen met pijn en beperking in bewegen tot gevolg. Door continue wrijving en overmatige trekkrachten kunnen ook ‘verkalkingen’ in pezen ontstaan. Helaas spreken we bij slijmbeursontstekingen en verkalkingen van de pees vaak niet over de oorzaak, maar over symptomen van een ‘niet goed functionerende schouder’. In slechts een klein percentage van de klachten zorgen de veranderingen in slijmbeurs en pees voor blijvende beperkingen. 

Wanneer de schouderketen maar lang genoeg niet goed ‘samenwerkt’ zullen bepaalde symptomen in het lichaam vanzelf optreden. Het samenspel van de gewrichten en andere passieve structuren en de enorme invloed van de spieren en hun aansturing op stabiliteit en beweging maken de schouder tot een gewricht die regelmatig ‘uit balans’ is. Een niet optimale functie van de schouder kan ook leiden tot interne weefselschade, maar interne schade treedt andersom weinig op in een goed functionerende schouder. Een trauma en leeftijdsgebonden slijtage/afname van weefselkwaliteit daargelaten. 

Bij lang aanwezige schouderklachten is een goed plan, discipline en een goede samenwerking tussen zorgverlener en patiënt vereist. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat tenminste 10 weken effectieve oefentherapie benodigd is voor een significante verbetering in kwaliteit van weefsel en functie. Daarnaast is de kans aanwezig dat sluimerende pijnklachten nog enige tijd aanwezig zijn als de klachten een lange tijd aanwezig zijn geweest. We spreken dan van chronische pijn. Na een langere periode van pijnafgifte ontstaan er veranderingen in het zenuwstelsel in de synapsen. Een synaps kan je zien als een doorgifte station. De synaps blijft in veel gevallen nog een pijnprikkel doorgeven zonder dat hiervoor een reden (weefselschade) aanwezig is. Laat je dus niet van de wijs brengen door twijfel, vraag voldoende uitleg over het behandelplan, toon discipline en ga voor teamwork met je zorgverlener. 

Vaar daarnaast niet blind op de uitslag van een X-Ray (foto), MRI of echo. Het lichaam heeft een groot adaptief vermogen en reageert op fysieke prikkels die wij het lichaam geven. Wanneer dit op het juiste niveau gebeurt i.c.m. de juiste balans tussen training en herstel leidt dit tot een verbetering van functie en weefselkwaliteit. Eventueel vastgestelde pathologie veroorzaakt in veel gevallen geen onoplosbaar probleem. De meeste hersteloperaties i.c.m. revalidatie bij de fysiotherapeut geven ook geen beter resultaat t.o.v. een goed behandeltraject zonder operatie. Met het juiste plan word jij weer ‘vrienden met je schouder’ en kan je in veel gevallen weer wat je het liefste doet: pijnvrij en zonder beperkingen bewegen.

Over schouderklachten zijn boeken vol te schrijven. De bovenstaande tekst geeft een mooi algemeen en praktisch beeld van de problemen binnen het schoudercomplex en waar het vaak mis gaat binnen de revalidatie: te veel symptoombestrijding en te weinig aanpak van structureel aanwezige problemen. Uiteraard geldt bovenstaande tekst niet voor iedere patiënt die wij in de praktijk zien. Overleg dus goed met uw fysiotherapeut, huisarts, sportarts/orthopedisch chirurg of andere zorgprofessional om samen tot de beste aanpak te komen én aanvullend onderzoek te overwegen wanneer hier voldoende reden voor is. Wees ook kritisch op vooruitgang gedurende uw revalidatie. Bij acute schouderklachten moet u binnen 6 weken een significante verbetering ervaren in pijn en functie, bij chronische klachten tenminste binnen 12 weken. Beëindiging van uw revalidatie zal normaal gesproken in 3-6 maanden haalbaar moeten zijn. 

 

Contactformulier

13 + 7 =

Door de site te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke blader ervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je klikt op "Accepteren" hieronder, dan geef je toestemming voor het gebruik van Cookies.

Sluiten